5 succesfactoren voor een goede onboarding


4 % van de nieuwe werknemers verlaat hun baan na een desastreuze eerste dag;

22% van het personeelsvertrek vindt plaats tijdens de eerste 45 dagen van de start.

Dit zijn Nederlandse cijfers, maar ongetwijfeld liggen die in de lijn voor België.


Het verliezen van een werknemer in het eerste jaar kost naar schatting drie keer het salaris van die werknemer. Dat wil je vermijden.

Hoe je dat doet, lees je in dit artikel.


1. Pre-boarding die start vóór de 1e werkdag

Stem dan vooral wederzijdse verwachtingen af.

  • Wat verwacht je medewerker te krijgen?: bv wat betreft zijn/haar opdracht, sfeer, collega’s, kansen, … het loon uiteraard.

  • Wat verwacht hij/zij te moeten leveren : Gedrag, flexibiliteit, …

  • En wat met de verwachtingen vanuit de school als het gaat om stagiair …?

2. Leg vast wat succes inhoudt.

Geef medewerkers een roadmap, zodat ze weten waar ze naar toe moeten werken.

En herhaal de 1e dag ook wat je eerder, bij de pre-boarding - hebt afgesproken en leg vast hoe jij en stagiair voorgang meten.

3. Stem je begeleiding af op de leerstijl van de stagiair of medewerker.

Iedereen leert anders. De Duitse gedragswetenschapper Kolb heeft het over 4 leerstijlen:

  • de doener: leert het liefst door te doen

  • de observator: leert het liefst door anderen bezig te zien

  • de pragmaticus: leert het liefst door de theorie meteen te oefenen

  • de denker: leert het liefst door de theorie te lezen of te horen


Een gratis korte test om jouw eigen leerstijl te leren kennen vind je hier.


Je leerstijl geeft aan dat je een leerproces het liefst start met op die leerstijl aangepaste werkvormen en leermethoden. Gaandeweg kan je het leerproces van je nieuwe medewerker verdiepen door ook andere leerstijlen aan te bieden


4. Communiceer assertief


Je nieuwe medewerker komt met een vraag of wens die je niet kan/wil inwilligen. Of je wil hem/haar wijzen op iets wat fout loopt. Communiceer dan duidelijk en assertief. Dit wil zeggen:

  • Je respecteert je eigen wensen en ook de wensen van de andere.

  • Je probeert een oplossing te vinden die goed is voor alle partijen.

  • Je toont begrip voor het standpunt van de andere.

  • Je bent niet bang om te zeggen wat je denkt of voelt.

Heel concreet:

  • Zeg onmiddellijk neen. Of zeg meteen duidelijk waar het fout loopt

  • Geef 1 sterk argument: de reden.

  • Toon begrip voor de situatie van de medewerker.

  • Luister echt naar wat die zegt. Zo laat je assertief zien dat je openstaat voor een ander. Misschien zijn er dingen die je wel kan doen.

  • Geef geen extra argumenten. Ga niet in discussie.

  • Begin niet met ‘ja, maar’. ‘Herhaal eventueel je neen, samen met je eerste argument.

  • Doe een suggestie.

5. Check-back


Blijf opvolgen naar de 1e introductie en stuur zo nodig bij.


Veel succes!




0 opmerkingen